NBU 93, Dag Monster!
4 reacties
Nog een dagje buffelen, dan is het weekend. Alle lappen en kleding gewassen en gedroogd, alle keukenspullen in de afwasmachine. Monster moet natuurlijk geen stinkend hok vol beestjes worden terwijl hij op mij wacht.
Dus ik ben de hele ochtend bezig, eerst met de binnenkant helemaal en overal schoon te maken, op plekken waar ik eerder zelfs niet kwam. Nog meer spullen eruit. De droge schone spullen er weer in. De grijze en zwarte tanks doorspoelen en nog een keer doorspoelen. Dan een beetje water erin met speciale oplossing om te voorkomen dat alles gaat stinken. Als de binnenkant zo lekker ruikt als nooit tevoren, is het tijd alle overleden insecten van de buitenkant te verwijderen, de sporen van de twee suïcidale vogels afgelopen week, de rode aarde van Colorado, de gele van Nevada. Monster knapt er zichtbaar van op, ik zie er met de minuut gestoofder uit.
Net voordat mijn gastheer halverwege de middag thuiskomt is alles schoon, droog en klaar. We kunnen gelijk door, om te voorkomen dat we in het vrijdagmiddag geweld terechtkomen. De opslag, waar Monster zijn eigen dakje krijgt, is 16 mijl verderop, ergens aan de I10. De vrolijke jongedame aan de balie vindt het amusant, een ruimte verhuren aan een buitelander. Het is niet zo moeilijk elkaars taal te spreken, maar elkaars cijfers lezen, dat is nog een uitdaging.
Als ik niet op tijd betaal, dan ziet u Monster terug in Storage Wars. Ik betaal drie maanden vooruit, en zorg dat het via de kaart geïnd wordt, dan loop ik het minste risico. We willen immers nog een keer terug. Nog een keer rijd ik krappe bochten, parkeer ik Monster tussen de lijntjes, plaats ik de reflector achter het voorraam, doe alle gordijntjes dicht, en dan gaat de sleutel eruit. Dag Monster! Tot ziens.
Mijn gastheer kan zich niet voorstellen dat ik niet blij ben niet meer in zo’n lel van een wagen te rijden; ik vind het maar niets, als passagier in ook nog de lage wagen. Thuisgekomen opknappen, mezelf schoonschrobben, en naar een BBQ-restaurant in de buurt. Dat probeerden we eerder, maar toen waren we te laat om niet uren te hoeven wachten. Nu zijn we zo aan de beurt. Vanwege de BBQ, om het verlies van mijn zes wielen te compenseren en omdat dit Texas is, trekken we allebei onze laarzen aan. Mijn gastheer uit solidariteit. Wel onder zijn jeans trouwens, terwijl ik die van mij over mijn skinny draag. Geen hond die het opvalt, terwijl ik mezelf nu wel wat overdone vind. Volgens mijn gastheer hadden we ook wel een cowboyhemd, een riem met koppel en een Gallonhat kunnen dragen, maakt ze niks uit hier. De BBQ is heerlijk, ik heb een hele avond om spullen uit te zoeken, papieren te ordenen, en dit stukje te schrijven en online te zetten.
Maar laat zal het niet worden vermoed ik, een heel Monster schrobben is best veel werk.