NBU 13, Gators
2 reacties
Vroeg er uit, we gaan met de eigen auto (nog niet het Monster, die krijgt nog iets nieuws bij zijn remmen, las ik in een mailtje) naar Jean Lafitte, aan de overkant van de rivier. Daar op zo’n moerasboot. En verdraaid, we zien krokodillen. De gids voert ze marshmallows, hij weet waar hij ze kan verwachten. Of ze opduiken hangt van de omstandigheden af. De bayou gevuld met allerlei bomen, vol met dat Spaanse hangende mos. De lokale bomen kunnen daar goed tegen, importbomen leggen het loodje op den duur. Vogels, waterjuffers en schildpadden laten zich ook zien. Een heerlijke tocht met de wind in onze haren. Daarna snel door, want een uur later begint het volgende avontuur. Op voorstel van de tomtom kies ik voor de pont. Die vinden we, althans, we vinden de plek waar hij enkele jaren geleden voor het laatst vertrok: “Ferry don’t run no more”, volgens een lokalo die ik vraag. Dan maar weer over de brug, net op tijd vind ik een parkeerplek. Met twintig man achter de gids aan. Gidsen zijn hier geen doorsnee standaard figuren, valt me op. Ze zijn kleurrijk, ze houden van hun stad en ze vertegenwoordigen veel van wat New Orleans groot maakt. Dit keer dus een vrouw van gemengd bloed. Haar vader trouwde haar moeder op de eerste dag dat het wettelijk mogelijk was. We gaan voor Cemetery No 1. Vooral de verhalen en de geschiedenis maken van deze oude en volle plek een bijzondere belevenis. Zonder die verhalen zie je alleen de tombes, oud, ouder en nieuw. Met de verhalen schildert men het ontstaan van deze stad op een wat ongunstige plek aan de rivier. Waar oogsten mislukten, de gele koorts een hoge tol eiste en de doden maar met moeite blijvend begraven konden worden, vooral na een forse regenperiode. Hoe fors zo’n bui kan zijn ervaren we aan den lijve. Na de toer even voor koffie en beignets naar Café du Monde, 24 uur per dag, 7 dagen per week geopend. Hoeveel beignets er door gaan per jaar, geen idee. Als we daar uitlopen barst er een noodweer los. We schuilen onder afdaken en bekijken wat winkeltjes, maar uiteindelijk willen we de wagen terugvinden, op weg naar ons hotel. Ondanks het parapluutje dat we kopen en dat gelijk weer stuk is, komen we drijfnat bij de auto aan. Even langs een supermarkt om wat comfortfood in te slaan. Een avondje cocoonen. Morgen vertrekken we hier weer. De plantages wachten.